Bijna elke non-profit organisatie krijgt wel te maken met de vraag: wie kan deze taak het best oppakken – een vrijwilliger of een beroepskracht? In principe kunnen vrijwilligers, onder voorwaarde dat ze de juiste kwalificiaties hebben, vaak dezelfde taken uitvoeren als betaalde werknemer. Meestal wordt dit soort vraagstukken bekeken vanuit een schaarste perspectief en steeds vaker kiezen organisaties met het oog op professionalisering. Philine van Overbeeke heeft onderzoek gedaan naar de inzet van vrijwilligers, waarbij zij pleit voor een benadering die de nadruk legt op toegevoegde waarde.
Schaarste en professionalisering
Het schaarste perspectief is uit te leggen langs twee lijnen. Ten eerste wordt gekeken naar het budget van de organisatie. Waneer een organisatie meer te besteden heeft, wordt vaker gekozen voor betaalde krachten, bij een lager budget voor vrijwilligers. Ten tweede is de aantrekkelijkheid van de taak belangrijk: Is de organisatie of taak populair, dan zijn vrijwilligers vaak makkelijker te vinden. Voor minder aantrekkelijke taken worden dan beroepskrachten ingezet.
De keuze tussen vrijwilligers en beroepskrachten hangt vaak ook samen met de gewenste mate van professionalisering. Organisaties kiezen bijvoorbeeld voor beroepskrachten voor specialistische en structurele taken in verband met een gevoel van expertise en betrouwbaarheid. Vrijwilligers worden eerder gekozen voor minder complexe of incidentele taken.
Toegevoegde waarde
Vanuit het perspectief van toegevoegde waarde, zouden organisaties meer moeten focussen op de verschillen tussen hun vrijwilligers en betaalde krachten. Die verschillen – mate van beloning en keuzevrijheid – zorgen er namelijk voor dat vrijwilligers en beroepskrachten andere soorten waarde toevoegen aan de organisatie. Vrijwilligers worden door deze verschillen namelijk vaak als ‘anders’ gezien door de organisatie, donoren, clienten en de samenleving. Bovendien beinvloed het de manier waarop ze zich voor de organisatie inzetten.
Uit mijn onderzoek blijkt dat de waarde van vrijwilligers kan worden verklaard door verschillende drijfveren en kan worden gegroepeerd in drie overkoepelende vormen van toegevoegde waarde: de complementaire waarde van vrijwilligerswerk, de supplementaire waarde van vrijwilligers en de gecombineerde waarde van vrijwilligers die vrijwilligen.
De complementaire waarde van vrijwilligerswerk
Complementaire waarde onstaat door het unieke karakter van vrijwilligerswerk, het gaat om het doen van vrijwilligerswerk en de verschillen tussen vrijwilligers en beroepskrachten. We zien drie dingen die daarin een rol spelen.
Vrijwilligers hebben een andere relatie met hun organisatie dan beroepskrachten (drijfveer 1). Hierdoor voelen ze meer ruimte voor het geven van feedback en een grotere mate van flexibiliteit in hun werk. Daarnaast zorgt de andere natuur van vrijwilligerswerk (drijfveer 2) voor inzet vanuit intrinsieke motivatie en hobby-energie. Vrijwilligers worden ook anders gezien door de buitenwereld – zoals door donateurs of toekomstige vrijwilligers (drijfveer 3). Dat geeft vrijwilligerswerk een gunfactor heeft en er een grotere onafhankelijkheid van de organisatie wordt ervaren.
De supplementaire waarde van vrijwilligers
Supplementaire waarde is gekoppeld aan de extra’s van grotere aantallen vrijwilligers. Waarschijnlijk zouden beroepskrachten dezelfde invulling kunnen geven, maar gezien er vaak 10 vrijwilligers nodig zijn om 1 betaalde kracht te vervangen zijn er meer mensen in de organisatie. Dit wordt gedreven door drie factoren.
Meer diversiteit (drijfveer 4) zorgt voor extra kennis en creativiteit binnen een organisatie. Daarnaast nemen mensen hun eigen netwerk mee (drijfveer 5), wat zorgt voor een persoonlijke klik en een eigen “publiek”. En doordat vrijwilligers uit verschillende plekken binnen het land of een stad komen (drijfveer 6), krijg je als organisatie meer verbinding met allerlei gemeenschappen en waardevolle lokale contacten.
De gecombineerde waarde van vrijwilligers die vrijwilligen
De gecombineerde waarde is als het ware een hefboomeffect, waarbij de verschillende drijfveren samen zorgen voor waarde. Zo zorgen drijfveer 1 en 4 samen voor meer innovatie binnen de organisatie. Door een combinatie van drijfveer 2 en 5 krijgt de organisatie veel meer legitimiteit. Als laatste resulteert het combineren van drijfveer 3 en 6 in meer overtuigingskracht binnen en buiten de organisatie.
Vrijwilliger of beroepskracht?
Er zijn dus verschillende manieren om na te denken over de inzet van vrijwilligers en beroepskrachten. Veel organisaties zullen kiezen vanuit verschillende invalshoeken, maar belangrijk is om per situatie te bekijken wat het beste past bij de taak, organisatie, beroepskrachten en vrijwilligers. Mijn vermoeden is dat een keuze vanuit het waarde perspectief uiteindelijk ook ten goede komt voor het budget en de professionalisering van de organisatie.
Meer informatie
VDH Bestuurszaken is een bestuurskantoor voor Stichtingen, Vermogensfondsen en Verenigingen en biedt flexibele, persoonlijke en professionele bestuur ondersteuning en services. Het is onze missie om besturen in optima forma te laten doen wat zij moeten doen: besturen.
