Expert aan het woord - Dirk Duijzer

Geweten als Gids: De Blik van Jezus in het Bestuur

Toen bijna 200 jaar geleden door Friedrich Raiffeisen de eerste coöperatieve bank werd opgericht, gaf hij aanwijzingen voor de benoeming van goede bestuurders. Die moesten betrouwbaar zijn en de beste garantie daarvoor was dat de leden van de coöperatie het aspirant bestuurslid goed kenden. Zijn advies was: “zoek iemand uit de eigen lokale gemeenschap, want over de betrouwbaarheid daarvan kan iedereen meepraten”.

In de anonieme samenleving van vandaag is dat niet meer mogelijk. Nieuwe bestuursleden, of dat nu voor een grote industrie, een politieke partij of een kinderdagverblijf is, moeten een ‘Verklaring omtrent het gedrag’ inleveren. Ook al weet de hele buurt dat je een onmogelijk mens bent: als je maar niet bekend bent bij justitie. En uiteraard is er een aansprakelijkheidsverzekering voor de bestuurders. Hou je aan enkele formele voorschriften, deponeer je op tijd de goedgekeurde jaarrekening en/of meld je op tijd eventuele betalingsonmacht, dan vloeit er geen bloed uit voort. Integriteit en aansprakelijkheid zijn nu goed geregeld (?).

We leggen de verantwoordelijkheid voor integriteit en aansprakelijkheid makkelijk bij anderen neer. Via de VOG bij justitie, via aansprakelijkheid bij de verzekering. Bij klachten van klanten, of medewerkers wordt een extern onderzoeksbureau ingeschakeld. Bij de bank waar ik werkte werd vaak de norm gehanteerd: “Zou je het uit kunnen leggen in het programma Radar?” Ook dan lag de beoordeling bij anderen, namelijk de publieke opinie.

Augustinus’ wijsheid voor goed bestuur

Enkele weken geleden is de oud-burgemeester van Arnhem, Herman Jozef Kaiser, gepromoveerd op een studie over goede besturing. Hij is voor het antwoord op de vraag wat goede besturing is, te rade gegaan bij de vroegere hoogleraar filosofie en kerkvader/heilige Augustinus. Augustinus geeft aan dat verhoudingen in de samenleving gebaseerd moeten zijn op waarheid, gerechtigheid, liefde en vrijheid. Instituten moeten dat waarborgen, maar bestuurders moeten te allen tijde hun geweten volgen, zelfs als dat in bijzondere situaties tot je vertrek zou kunnen leiden.

En, wat is dan dat ‘geweten’? Augustinus neemt het Bijbelse verhaal van de apostel Petrus als voorbeeld. Toen Jezus gevangengenomen werd (om gedood te worden), deed Petrus of hij Jezus niet kende. Maar terwijl hij stond te liegen, voelde hij dat Jezus hem aankeek. Op dat moment sprak zijn geweten. Petrus stortte in. Hij besefte dat zijn gedrag niet in de haak was en hij keerde zich om. Hij voelde zich aangesproken en aansprakelijk.

Een goede bestuurder, die betrouwbaar wil handelen, zal dus altijd ruimte moeten houden om de stem van zijn geweten te volgen. En wanneer wordt dat geweten zichtbaar? Vandaag zouden wij zeggen: als je de tijd neemt om in de spiegel te kijken. Als je de tijd inruimt om je te toetsen aan je normen en waarden. Als je de ogen van Jezus op je gericht voelt.

Dat is allemaal nog wat anders dan het volgen van de opinie van het programma Radar!

Delen: